Toen we er naartoe reden, donderdag drieëntwintig augustus, merkte ik een beklemmend gevoel op mijn borst. Hyperventilatie. Ik ken het. Twee jaar geleden begon het daarmee en het eindigde met een burn-out. Daar ben ik goed van hersteld gelukkig maar stress blijft op de loer liggen. Of komt af en toe om de hoek kijken. Of zo.
Het is omdat ik nogal pieker. Ik weet dat het niet helpt. Het is irrationeel. Denken is een vreemde verslaving als je ervan overtuigd bent dat het iets kan oplossen. Dat is trouwens bijna nooit het geval. Een vriend tipte mij het boek: ‘Verslaafd aan denken.’ Ik lees dat en begrijp het mechanisme. Je kunt niet stoppen met denken. Je kunt jezelf observeren, constateren dat je te veel denkt en vervolgens nadenken over wie die persoon is die dat allemaal denkt. Jijzelf.
Ik zie mezelf als iemand die over het algemeen goed functioneert. Ik werk hard, doe mijn best er iets goeds van te maken, van wat ik ook maar doe. Maar ik wil ook graag aardig gevonden worden. En daarom pas ik me iets te vaak aan, wat meestal ten koste van mezelf gaat en waar de ander niet per se iets aan heeft.
Eigenlijk wilde ik niet naar Kroatië. Het heeft niets met het land te maken, dat is prachtig. Maar het is ver weg, drie dagen rijden. Ik vind het spannend, drukte onderweg, mogelijke ongelukken, bosbranden, lange tunnels. En ik vind het nog spannender om dat toe te geven. Het vreemde is dat het selectief is dat gevoel. Afhankelijk van de situatie. Ik zat namelijk recent een week in Drenthe, helemaal alleen, en daar had ik nergens last van. En ik ben met Bart een paar dagen in Brugge geweest en ik was al eens in mijn eentje in Hamburg. Geen probleem.
Het is de combinatie: ver weg zijn, en toch verantwoordelijk blijven voor iedereen. We zijn nu met z’n vieren onderweg. Julia is thuis. Wat als er iets met haar gebeurt? Dan ben ik er niet. Dat is de ene angst. De andere zit dieper: ik leef in de illusie dat ik mezelf wel red als ik alleen ben, maar dat ik met mijn gezin ineens ook voor de rest moet zorgen. Dit argument gaat meteen lek natuurlijk. Want Bart is er ook nog. En hij kan zichzelf en ons prima ‘redden’ als het moet.
Er was vorige week, toen we nog in Kroatië waren, geen enkele gevaarlijke situatie. De berichten over de bosbranden in Frankrijk wakkerden mijn angst aan. Het was tegen de veertig graden waar we zaten, dus het risico, met al die droge bossen om ons heen, was er wel degelijk. En als het zo heet is kun je niet heel goed meer nadenken.
Ik ging in gesprek met mezelf. Deed de oefeningen die ik van mijn laatste therapeut kreeg. Gebeurtenis, Gedachte, Gevoel, Gedrag. Wat zit eronder? Angst, om de controle te verliezen, om het niet goed op orde te hebben waardoor ik in de problemen kom. Maar controle is schijn. Die heb je nooit. Er kan namelijk altijd iets gebeuren. Er gebeuren de hele tijd dingen. Dus ik was opgelucht toen we wegreden uit Kroatië.
En toen, onderweg naar Oostenrijk, appte mijn zusje. Over de modderstromen en de zware onweersbuien in Sölden. Het is nergens veilig. Er is alleen maar nu. Nu zijn we in Westendorf. In een oerdegelijk appartementencomplex waardoor ik me redelijk veilig voel.
Je hebt twee soorten mensen. De struisvogel, die er vanuit gaat dat klimaatproblemen niet waar zijn of dat iemand ze nog wel gaat oplossen binnenkort. En dan heb je de kanaries, die vroeger in de kolenmijnen werden ingezet. Ze voelen allang dat er iets niet goed gaat. Ik ben een kanarie maar ik gedraag me als een struisvogel. Ik lees zo weinig mogelijk nieuws. Doe mijn vingers in mijn oren als Bart me iets vertelt over aantallen vluchtelingen, bombardementen of geëvacueerden bij bosbranden.
Ik denk aan Frankrijk, aan Kroatië, aan Sölden, aan wat er wel en niet gebeurde. Deze tijd voelt alsof de wereld een reusachtige bowlingbaan is. Met 8,3 miljard kegels. De aarde rolt de bal en raakt kegels. En je hebt geluk, of pech. En daar moet ik het mee doen.

Geef een reactie