Dinsdag. We vertrekken om half negen naar Pula. Het is een uurtje rijden door iets meer dan een glooiend landschap met schattige kleine groene boompjes. Als we aankomen hebben we een van de laatste plekken op de parkeerplaats. In de rij voor het Amfitheater hoor ik mensen klagen over de drukte en de warmte. Ah, Hollanders!
Voor dertig euro mogen we met z’n vieren naar binnen. Het podium voor het optreden van Sting staat al klaar. Ook vangen we een glimp op van wat wij denken dat zijn kleedkamer is. Een soort keet met een loungebank en enorme zakken popcorn. Kan ook voor de crew zijn. We weten het niet. Tien minuten later staan we weer buiten. We lopen nog een eind door Pula. Het is de grootste stad van het schiereiland Istrië en er zijn veel overblijfselen uit de Romeinse tijd, weet Anna ons te vertellen. We zien vier Pirate-Candy-Shops, veel hoeden en petten en natuurlijk koelkastmagneten met Kroatië erop.
Om twaalf uur zijn we weer in het huisje. We doen siësta tot een uur of vier.
Woensdag. Het lukt ons inmiddels om een beetje mee te gaan met het ritme dat het klimaat ons biedt. In de ochtend een duik, in de middag naar binnen en aan het eind van de middag weer een duik. ’s Avonds maken we een misrekening. We denken dat we spontaan uit eten kunnen gaan in het oude mijnstadje Labin. Het zal vast niet druk zijn. Om zeven uur rijden we de berg op. Geen parkeerplaats te vinden. Wat doen al die Nederlanders hier?
Wanneer we de berg weer afrijden, zien we nog een parkeerplaats. Die van de lokale begraafplaats. Er is nog plek, maar het is zeker vijftien minuten lopen naar het dorp. Qua schoenen heb ik er niet op gerekend. En mijn humeur trekt het matig. Ook zijn er slechts twee restaurants en we hebben niet gereserveerd. Wij nemen natuurlijk geen enkel risico en gaan rechtsomkeert. Ik draai een pastaatje in elkaar en we chillen op ons eigen terras terwijl we genieten van de volle maan.
Donderdag. Er staat nog een stadje op ons lijstje. De vroeg-vertrek-methode bevalt ons uitstekend. We rijden nu voor achten weg om in Rovinj aan te komen als alle winkels en koffietentjes nog gesloten zijn. Gelukkig is het nog niet zo warm. (Wat denk je zelf?)
Aanvankelijk lag Rovinj op een eiland, maar in 1763 is het aan het vasteland verbonden. Het is een kleurrijke stad met smalle straatjes die omhoog lopen. Het doet me denken aan Venetië, waar we drie jaar geleden waren en van elf tot vijf op de hotelkamer zaten omdat het er drieënveertig! graden was. Maar het lijkt ook een beetje op de Mont St. Michel in Frankrijk, waar we vorig jaar na een half uur een allergische reactie kregen op te veel toeristen. (Oh ironie)
Anna vraagt zich af waarom de bomen zo abnormaal dun zijn hier. ‘Krijgen ze niet genoeg voeding ofzo?’ Verder weer een Pirate-Candy-Shop gezien voor de #winkelsdiejeinelkestadkuntvindenbingo. Lina koopt vijf koelkastmagneten met Kroatië erop. Het lijkt bijna op vakantie.

Geef een reactie